Traditie
Wij baseerden ons geloof op de Bijbel en de Bijbel alleen. Zij baseerden hun geloof op de bijbel, de traditie en het woord van de paus. Wij waren de Gereformeerden. Zij waren de Rooms Katholieken. Wij hadden gelijk. Zo leerde ik het ongeveer een halve eeuw geleden op de Fontanusschool in Nijmegen.
Een heldere tegenstelling. Wittenberg tegen Rome, Calvijn tegen de paus. Oranje tegen Spanje. Over onze Gereformeerde schouders keken Calvijn en Luther mee. De katholieken blikten terug met op de achtergrond de schimmige figuur van de paus. Aan beide kanten fluisterden de martelaren van de tachtigjarige oorlog hun nazaten bemoedigend toe. Hoe ingewikkeld het werkelijk lag en ligt werd pas helder met de jaren. Ondertussen weet ik dat je geschiedschrijving nooit aan de kerk moet toevertrouwen. Kerkelijke inkt laat mens en God ineenvloeien. Voor je het weet ontstaat er een vlek en kun je lage menselijke motieven en goddelijke beginselen niet meer uit elkaar houden. Levensgevaarlijk, want al te vaak wordt de pen toch een echt zwaard.
Bijbel en traditie?
Neem de tegenstelling tussen bijbel en traditie. Luther en Calvijn hadden de moederkerk de rug toegekeerd. Waarom zou men hun opstand steunen? Waarom zou men meer waarde hechten aan hun nieuwe leer dan aan de aloude leer van de kerk? Om die vragen te beantwoorden en de mensen gerust te stellen grepen beide heren naar de Bijbel als bron van gezag.De Bijbel kon je vertrouwen. De Bijbel was Gods eigen woord. Daar kwam geen mens aan te pas. Daartegenover plaatsten ze de onbetrouwbare kerk die naast de Bijbel een tweede bron van openbaring kende: de traditie. In vlot geschreven pamfletten werd dat aan iedereen duidelijk gemaakt. Eenduidig, helder, direct en voor iedereen verstaanbaar. Het hele arsenaal van de reclamewereld werd toen ook al gehanteerd. De teksten bekte lekker: Bijbel of Paus? God of Traditie? Arm of Rijk? Wittenberg of Rome? Er moest gekozen worden.
Het bleef niet bij geschreven pamfletten. Grote kunstenaars werden benaderd om de ongeletterden in niet mis te verstane beelden de waarheid voor te houden. Zo wist Luther de schilder Lucas Granach de Oudere te inspireren tot de vervaardiging van een boek vol houtsneden waarin Christus en Antichristus (de paus) tegenover elkaar werden gezet.
Nuance ontbreekt
In de helderheid en geslepenheid van taal en beeld ging de nuance verloren. Het volk werd nauwelijks verteld dat de kerk een periode heeft gekend waarin het Nieuwe Testament niet bestond en dat het evangelie toen per traditie (overlevering) werd doorgegeven. Traditie was destijds van levensbelang. Toen de boeken verschenen die later verzameld zouden worden als Nieuwe Testament, werd hun inhoud en betrouwbaarheid getoetst aan de overlevering, de traditie. Als de inhoud van een boek te ver afweek van de traditie werd het buiten de verzameling gehouden De hervormers schonken publiekelijk ook weinig aandacht aan het feit dat de ongedeelde kerk 1500 jaar lang de Bijbel in zich en met zich had meegedragen als vanzelfsprekende bron van leer. Bisschoppen, kardinalen en pausen konden de Bijbel niet naar willekeur uitleggen. Het leergezag van de kerk werd onder zeer strenge regels uitgeoefend en stond formeel onder het gezag van de Schrift. Wanneer er wel willekeur werd uitgeoefend en wel bedenkelijke theologie ontstond, waren er altijd tegenkrachten aanwezig. De Hervormers wezen terecht op misstanden in de kerk. Maar ze waren niet de enigen en zelfs niet de eersten. Al twee eeuwen voor het optreden van Luther werd Rome onder vuur genomen. Luthers leermeesters, de augustijner monniken, wisten alles van oppositie voeren! Het gebrek aan nuance tijdens de Hervorming is begrijpelijk tegen de achtergrond van de strijd die toen werd gevoerd. Eenzelfde gebrek aan nuance nu is een gebrek aan zelfkennis en zelfkritiek. Traditie is niet bij voorbaat verdacht. Iedere kerk heeft er in meerdere of mindere mate mee te maken.
Traditie in de kerken van de Hervorming
Hoewel Luther geen protestantse paus was en Calvijn geen onfeilbaar leergezag werd toegeschreven, is het opvallend hoe bepalend ze zijn voor het denken en de theologie van de kerken die hun naam dragen. Er is geen Lutherse theoloog die om de boeken van Luther heen kan. En hoewel ze het niet van de daken zullen schreeuwen is hun theologische bril grotendeels door Luther gekleurd. Hetzelfde geldt voor theologen uit de calvinistische traditie. Zij lopen altijd lichtelijk voorover gebogen omdat ze Calvijn op hun rug dragen. Ze hebben zijn opvattingen mee gekregen in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (geschreven door Guido de Bres 1522-1567) en de Heidelbergse Catechismus. Het onderstaande citaat spreekt wat dat betreft boekdelen. Onder de traditie van de gereformeerde theologie verstaan we de traditie die allereerst gekenmerkt wordt door een gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift, in gebondenheid aan de oecumenische symbolen, de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. Daarin zijn we verbonden met de katholieke kerk der eeuwen via het spoor van de gereformeerde reformatie. Vernieuwing en herbronning: Op zoek naar een relevante gereformeerde systematische theologie voor de 21ste eeuw. Onderzoeksprogramma Systematische Theologie 2002 x96 2007 Theologische Universiteit Apeldoorn / Theologische Universiteit Kampen
Het is helder. De Bijbel is de belangrijkste bron van geloof, maar Luther en Calvijn belichamen op subtiele wijze het oude leergezag. Hun regels dwingen de ogen. Hun pennen schrijven mee
Traditie naast de Bijbel?
De gangbare x93traditiex94 binnen het Adventisme wil dat men geen leergezag en belijdenissen kent. Alleen de Bijbel telt. Zo staat er in een officieel kerkelijk stuk, "Zevende-dags Adventisten accepteren alleen de Bijbel als hun credox94. Op deze formulering volgt een lijst van achtentwintig, uiterst nauwkeurig omschreven en met teksten ondersteunde, geloofswaarheden. Dit brede fundament vormt de basis van catechese en wordt, al of niet in verkorte vorm, bij de doop gebruikt om de orthodoxie van de dopeling te testen. Is er hier sprake van een belijdenis geschrift? Is deze lijst net zo bindend als de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse leerregels in sommige Reformatorische kringen? Is er hier sprake van een bindende traditie naast de Bijbel? Gelukkig kan de Adventkerk haar credo waarmaken. In een niet al te ver verleden heeft de Generale Conferentie besloten dat de lijst met geloofspunten zorgvuldig moet worden ingeleid. "Zevende-dags Adventisten aanvaarden de Bijbel als hun enige credo (geloofsbelijdenis) en beschouwen een aantal fundamentele geloofspunten als bijbelse leer. Deze geloofspunten, zoals hier verwoord, geven vorm en uitdrukking aan hoe de kerk de leer van de Bijbel begrijpt. Herziening mag verwacht worden op een zitting van de Generale Conferentie wanneer de kerk door de heilige Geest wordt geleid tot een voller begrip van de bijbelse waarheid of betere taal vindt om uitdrukking te geven aan het onderricht van Gods heilige Woord." Met dit voorwoord grendelt de kerk bewust de weg af naar iets dat gezag zou hebben los van de Bijbel.
Ook de geschriften van Ellen White dienen in dit kader te worden besproken. In de officixeble stukken van de kerk worden de werken van Ellen White omschreven als "een blijvende en gezaghebbende bron van waarheid en verschaffen zij de kerk troost, onderwijs en vermaning. Deze geschriften maken ook duidelijk dat de Bijbel de norm is waaraan alle onderwijs en ervaring moet worden getoetst".
Het is een gewoonte (traditie) geworden om aan het begin van elke (vijfjaarlijkse) werledwijde zitting van afgevaardigden een besluit te formuleren waarin de kerk dank uitspreekt voor het werk van Ellen White. De woorden worden altijd uiterst zorgvuldig gekozen. Ook hier waakt de kerk over haar credo dat er geen gelijkwaardige gezagsbron ontstaat naast de Bijbel. "Haar geschriften blijven een positieve invloed uitoefenen op het leven van de kerk. Ze geven troost, richting, onderricht, correctie en theologische stimulans. De bestudering ervan zal de kerk steeds weer terugverwijzen naar de Bijbel als het echte fundament van geloof en handelen."
Met de formulering dat haar geschriften een stimulans voor de theologie vormen, sluit men uit dat haar werk theologische arbeid vervangt. De kerk wil niet dat zij het laatste woord heeft in de theologie. Die rol is voorbehouden aan de Bijbel
leergezag,